Veilig met de fiets of bromfiets door Antwerpen

Voetgangers, fietsers, bromfietsers, autobestuurders en openbaar vervoer: ze kruisen elkaar voortdurend in de stad. Dat kan heel goed op een veilige en aangename manier. Bekijk hier onze tips om veilig en slim met de fiets of bromfiets door Antwerpen te rijden.

Welke regels gelden voor u?

Ook voor bromfietsen, elektrische fietsen en de nieuwere elektrische voertuigen gelden maximumsnelheden. Die bepalen welke regels van toepassing zijn.

  • Bromfietsen (of scooters) worden onderverdeeld in bromfietsen van klasse A (tot 25 km per uur) en klasse B (tot 45 km per uur).
  • Een gewone elektrische fiets biedt elektrische ondersteuning tot en met 25 km per uur. U mag sneller rijden, maar dan moet de ondersteuning uitvallen. Met zo’n fiets volgt u de regels voor niet-elektrische fietsen.
  • Een speed pedelec wordt beschouwd als een bromfiets klasse ‘P’. Hij biedt elektrische ondersteuning tot en met 45 km per uur. Voor zo’n fiets gelden grotendeels de regels voor een bromfiets klasse B. Meer informatie over de precieze regels voor speed pedelecs vindt u op onze detailpagina.
  • Nieuwe elektrische voertuigen, zoals elektrische steps, segways en skateborden volgen de regels voor voetgangers (tot 6 km per uur) of voor fietsers (tot 25 km per uur).

Wat zeggen de verkeersregels?

  • Met een (elektrische) fiets, bromfiets klasse A of een elektrisch voertuig tot 25 km per uur moet u altijd het fietspad gebruiken.
  • Met een bromfiets klasse B of speedpedelec moet u het fietspad gebruiken op wegen waar de maximumsnelheid hoger is dan 50 km per uur.
    • Op andere wegen hebt u de keuze, tenzij de verkeersborden aangeven dat een bepaalde weg voor hen verboden is. Let op de ‘A’, ‘B’ of ‘P’ op het verkeersbord om te weten of het verbod voor u geldt.
    • U mag niet rijden in parken of op gemengde voet- en fietspaden.
  • Fietsen met 3 of 4 wielen (zoals bakfietsen of aangepaste fietsen voor mensen met een handicap) breder dan 1 meter mogen op sommige plaatsen niet rijden, bijvoorbeeld:
    • in schoolstraten
    • in een voetgangerszone
    • in de tegenrichting in een eenrichtingstraat (waar dat voor fietsers wel toegelaten is)
    • in zones enkel toegelaten voor plaatselijk verkeer waar fietsers wel mogen rijden.
  • 3- of 4-wielige fietsen die niet breder zijn dan 1 meter, mogen overal rijden waar ook andere fietsers mogen rijden.
  • In de voetgangerstunnel neemt u de bromfiets aan de hand.
  • Kinderen tot 10 jaar mogen op het voetpad en op verhoogde bermen rijden, als de diameter van de wielen niet groter is dan 50 cm - banden niet inbegrepen. Let er wel op dat ze andere weggebruikers niet hinderen.
  • In een fietsstraat mag u de hele breedte van de straat gebruiken in een eenrichtingstraat, de helft in een tweerichtingstraat. U hebt er voorrang op de auto’s, die zich moeten houden aan een maximumsnelheid van 30 km per uur.
  • Rijd altijd in de juiste rijrichting. Alleen als een fietspad met dubbele pijlen aangeduid is, mag u in twee richtingen rijden.
  • Geef voorrang aan overstekende voetgangers bij een zebrapad. Als u afstapt en de fiets aan de hand neemt, hebt u ook voorrang op een zebrapad. Als u over het zebrapad fietst niet.

Hoe moet u rijden?

  • Fietsers mogen naast elkaar rijden op de rijbaan zolang andere weggebruikers hen kunnen kruisen. Op een fietspad mag u altijd naast elkaar rijden, natuurlijk zonder andere fietsers te hinderen.

  • U mag uw gsm niet gebruiken op de fiets.

  • U moet altijd uw handen aan het stuur houden en uw voeten op de trappers of het voetplankje.
  • Aanhangen bij een bromfiets is verboden.
  • Voor bromfietsers klasse B en speedpedelecs is een helm verplicht.

Slimme fietsers en bromfietsers houden het extra veilig

Voor u op de fiets stapt

  • Stippel vooraf een veilige route uit. De fietskaart van Antwerpen kan u daar zeker bij helpen.

  • Check ook of er geen wegenwerken zijn op uw route. Neem bij wegenwerken altijd de aangeduide omleiding.

  • Onderhoud uw fiets goed voor een onbezorgde rit. Lees onze tips voor een fiets in topconditie en kijk reflectoren, lichten, remmen en bandenspanning regelmatig na.

  • Een helm vermindert het risico op ernstige letsels als u toch zou vallen.

  • Fluorescerende hesjes of accessoires maken u extra zichtbaar, zeker ‘s nachts of bij slecht weer.

  • Let op bij nat weer of vrieskou, zeker met een elektrisch voertuig. Kijk uit voor gladde plekken en blaadjes op de weg en rem voorzichtig.

Denk aan de andere weggebruikers

  • Parkeer uw fiets zoveel mogelijk in de voorziene stallingen of fietsrekken. Zorg er zeker voor dat u de rijbaan of het voetpad niet blokkeert.

  • Steek andere fietsers links voorbij. Waarschuw ze eventueel met uw bel. Geef snellere fietsers de kans om u voorbij te steken.

  • Als u wacht voor een rood licht, houd dan het fietspad vrij voor fietsers die uit de andere richting komen. 

  • Op een kruispunt met vierkant groen steken alle fietsers en voetgangers tegelijk over. Geef dus ruimte aan fietsers en voetgangers die van de andere kant komen.

  • Let bij tram- en bushaltes goed op voor uitstappende passagiers. Als er geen apart voetgangersperron is, hebben passagiers voorrang bij het uitstappen.

  • Met een speedpedelec of een bromfiets rijdt u sneller dan de andere fietsers. Dat kan automobilisten verrassen. Kijk goed uit voor auto’s die aanstalten maken om af te slaan; vertraag bij een kruispunt.
  • Stop of geef een teken met uw arm voor u afslaat. Zo kunnen andere weggebruikers daar rekening mee houden.

  • Als u in de dode hoek rijdt van een vrachtwagen of bus, kan de chauffeur u niet zien. Houd altijd voldoende afstand.

  • Stop altijd voor een treinoverweg. Vertrek pas als het rode signaal gestopt is.

Met de bromfiets of e-bike? Denk dan ook hieraan:

  • In parken mag u niet met een bromfiets of speed pedelec rijden.

  • Laat niemand aanhangen terwijl u rijdt.

  • In de voetgangerstunnel neemt u de bromfiets aan de hand.

  • Houd u aan de maximumsnelheid en pas uw snelheid aan naargelang de situatie