Veilig met het openbaar vervoer in Antwerpen

Voetgangers, fietsers, autobestuurders en openbaar vervoer: ze kruisen elkaar voortdurend in de stad. Dat kan heel goed op een veilige en aangename manier. Ook als u het openbaar vervoer neemt, zijn er tips en vuistregels om u slim en veilig te verplaatsen.

Spelregels op bus en tram

Instappen

  • Wees op tijd aan de halte.  Zo hoeft u niet in allerijl de straat over te steken om uw bus of tram te halen.

  • Steek uw hand tijdig en duidelijk op. Zo weet de chauffeur dat u mee wil en heeft hij voldoende tijd om te remmen.

  • Laat andere mensen eerst uitstappen voor u instapt. Dat gaat het snelst.

  • Op alle bussen moet u vooraan instappen. Met een kinderwagen, rollator of rolstoel mag u wel aan een andere deur opstappen. Geef de chauffeur dan een seintje. Op trams mag u kiezen aan welke deur u instapt.

Wat mag er mee op de bus of tram?

  • Gewone fietsen mogen niet mee op de bus of tram. Een vouwfiets mag u wel meenemen als u andere reizigers niet hindert.

  • Een hond mag gratis mee aan de leiband. Hij mag op uw schoot of naast de zetel zitten. Hetzelfde geldt voor andere kleine dieren. Bij grote drukte of mogelijke hinder voor andere reizigers mag de chauffeur dieren weigeren.

  • Geleidehonden of politiehonden zijn altijd toegelaten.

  • Handbagage, een kinderwagen, een rolstoel of boodschappenwagentje mag u gratis meenemen. Bij grote drukte of hinder voor de medereizigers mag de chauffeur bagage weigeren.

Tijdens de rit

  • De zitplaatsen vlakbij de deur zijn voorbehouden voor zwangere vrouwen en ouderen. U herkent deze plaatsen aan het pictogram. Ook ouders met kleine kinderen en personen met een handicap doet u een plezier als u hen laat zitten.

  • Zet uw bagage in een volle bus of tram niet op een zetel, maar op uw schoot of op de grond.

  • Gebruik bij grote drukte de klapstoeltjes niet als zitplaats, maar benut die ruimte als staanplaats.

  • Blijf niet staan op de treden aan de deur. Dat is gevaarlijk wanneer de deuren open- of dichtgaan.

  • Blijf niet naast de chauffeur staan. Hij moet altijd in de achteruitkijkspiegel kunnen kijken.

  • De chauffeur moet zich op het verkeer kunnen concentreren. Stel uw vraag bij voorkeur als de bus of tram stilstaat. Praat niet met de chauffeur tijdens het rijden.

  • Ga zitten, of houd u vast aan een stang of handgreep.

  • Wie skeelers of skates draagt, heeft geen grip op de vloer als de chauffeur plots moet remmen. Daarom zijn ze verboden op de bus of tram.

  • Vraag op tijd de halte aan. Dan kan de chauffeur rustig vertragen.

  • Aarzel niet de chauffeur te verwittigen als er iets misloopt. U kan daarvoor ook de rode alarmknop gebruiken. In noodgevallen kan u – zodra het voertuig stilstaat – zelf de deur openen via de noodopening boven de deur. Opgelet: op misbruik van de alarmknop en de noodopening staat een boete.

Bij het uitstappen

  • Kijk als u uitstapt goed uit voor andere weggebruikers. Als er geen apart voetgangersperron is, hebt u voorrang, maar het is toch mogelijk dat de andere weggebruikers u niet verwachten. Als er een voetgangersperron is, stapt u daar af. U hebt dan geen voorrang als u op de rijweg of het fietspad stapt.